Wijkambassadeur van Overvecht: Susana Casas Vale

Afgelopen zomer ging de wereld weer wat meer open en kwamen de wijkambassadeurs van Overvecht ook weer meer zichtbaar buiten de deur. De groep ambassadeurs groeit met de dag, al bijna twee jaar zijn zij een deel van Overvecht. Een van de nieuwe wijkambassadeur is Susana Casas Valle (52). Susana woont met haar gezin in Overvecht en is hier ook opgegroeid.

TEKST: Dennis van Elten FOTO: Henni Bunnik

Druk met Overvecht

“Ik vond het heerlijk om hier op te groeien. Op dit moment ben ik vrijwilliger bij Dreefnieuws en help mee in de buurttuin bij Burezina. Ik heb me sinds kort ook aangesloten bij de beheergroep van Park de Watertoren. En ik houd me bezig met de plannen van de gemeente voor de wijk. In mijn vrije tijd doe ik aan hardlopen, lezen en verspil veel te veel tijd op het internet. Maar ook wandel ik graag, eigenlijk alles in de buitenlucht.”

Je stem laten horen

“Via Demi Jolen ben ik bij de wijkambassadeurs gekomen. Ik ben nog nooit zo druk met Overvecht geweest als nu. Er wordt naar mijn mening te veel neergekeken op de wijk en te veel over bewoners gesproken in plaats van met bewoners. Het is belangrijk je stem te laten horen als bewoner. Ik doe mee omdat ik houd van deze wijk en me hier thuis voel. Dat thuisgevoel komt door mijn buren en mensen die ik hier ken. Er zijn in Overvecht wat dat betreft ongekend veel mogelijkheden. Ook via de groep ambassadeurs heb ik weer veel nieuwe mensen leren kennen.”

Inzetten voor het groen van de wijk

“Ik houd erg van de naoorlogse groene en ruime opzet van de wijk en wil me graag inzetten voor het behoud van het bestaande groen. Daarnaast vind ik het belangrijk dat we als bewoners laten weten welke plekken en zaken wij belangrijk vinden, bijvoorbeeld via informatieavonden van het wijkplatform. Zeker nu er plannen zijn om veel woningen bij te bouwen in onze mooie wijk. Over vijf jaar hoop ik dat het groen er nog volop is en dat wonen in Overvecht betaalbaar blijft.”

Meer weten over de Wijkambassadeurs?

Alle informatie vind je hier.    

Dit artikel verscheen eerder in Dreefnieuws september (herfst) 2021.